PTSS
Post-Traumatische- Stress-Stoornis
Drs. N.J. Zimmermann
Inleiding
Sandra was al een aantal jaren in therapie. Haar verleden loog er niet om. Ernstig seksueel misbruik, daadwerkelijk bewezen, door vader en broer. ”Zeven magere jaren”, van haar zevende tot haar vijftiende jaar waarin een abortus noodzakelijk bleek. Het misbruik beperkte zich niet tot huiselijke kring. Ze werd ook meegenomen voor fotosessies (en/of) om misbruikt te worden door kennissen. Het waren voor de buitenwereld allemaal keurige mensen, behoorden tot de vooraanstaande leden van een kerkgenootschap.
Een “Statenbijbel” op een altaartje thuis was vaders meest trotse bezit. De therapie was erop gericht om te verwerken en Sandra er weer zo snel mogelijk “ik-sterkte ” te laten ontwikkelen en te komen tot het inrichten van een eigen bestaan. Dit lukte wonderwel. Ze ging goed totdat …op een dag, op weg naar de universiteit waaraan ze studeert, zij een referaat moest houden. Dat geeft spanning, weliswaar een gemengd gevoel, enerzijds leuk en anderzijds eng. Ineens gaat ze onderuit op het perron en wordt een halve dag later wakker in het ziekenhuis.
Onderzoek wijst uit dat er niets medisch aan de hand is, men stuurt haar naar huis. Nog vier keer gebeurt hetzelfde, steeds op plekken waar voor haar op de een of andere manier de spanning “getriggerd” wordt en waar ze “onbewust” ziet dat ze kan flauwvallen omdat ze redelijkerwijs mag verwachten dat er hier – perron, tandarts, plein, bij vriendin, enz, – personen zijn die haar zullen helpen. Na de vijfde keer - met korte opname in het ziekenhuis – volgt een schrijven van de neuroloog: “pseudo- epileptische aanvallen” met als advies eens naar een psychiater te gaan. Begrijpelijk.
Vijf keer afgevoerd worden met ambulance en opname in een ziekenhuis kost al snel zo’n 4000 Euro. De psychiater stelt voor om Depakine te nemen. Sandra zelf kiest ervoor dit niet te doen. Ze begrijpt inmiddels dat het op weg zijn naar een “spannende plek”, of juist een plek waar ze intens ontspant, zoveel bij haar teweegbrengt dat ze collabeert. Na 2 weken gebruik van het antitrauma middel Zora, heeft ze geen ernstige aanval meer gehad. ’t Is nu 3 maanden later en de aanvallen zijn, op een lichte reactie na, weg. De therapie wordt voortgezet.
PTSS
Het gevaar van behandeling van trauma of PTSS (Post-Traumatische-Stress-Stoornis) is dat behandelaars de patiënt zo zeer aanmoedigen om onderdrukte herinneringen, bijvoorbeeld met behulp van hypnose, te herinneren dat patiënten mogelijk ook gaan geloven in de realiteit van, in feite, eigen voorstellingen waarvan onduidelijk is wat nog op realiteit berust en wat niet. Het gevaar van het “False memory syndrome”(Mollon, 2000).
Bij Sandra was dit geenszins het geval. De vraag die daarbij opkomt, in dit geval, is, wat het mogelijk maakt om te onderscheiden wat realiteit is en wat niet, voor de patiënt(e) is alles inmiddels echt. Door herbelevingen, illusies, dissociatieve episodes, al of niet met flashbacks, die een belangrijk deel uitmaken van een trauma, is onderscheid zeer moeilijk.
De wetenschappelijke discussie in de psychologie is fel hierover en doet denken aan de discussie rond het IQ: wel of niet aangeboren? Nature of nature. In geval van traumatische herinneringen gaat de discussie over of het werkelijk mogelijk is dat (ernstige) gebeurtenissen zo ver weg kunnen raken uit het bewustzijn dat deze niet op een “normale manier” terug kunnen komen in de herinnering.
Psychiater Leonore Terr (1994) beschrijft in haar boek “Schokkende herinneringen”zeven fascinerende gevallen van mensen wier leven voorgoed veranderde toen zij zich opeens herinnerde wat zij zo hardnekkig hadden geprobeerd te vergeten. Ze laat ook zien welke mechanismen er bestaan om traumatische gebeurtenissen in het geheugen te begraven.
De tegenkant is dat veel wetenschappelijk onderzoekers menen dat dergelijke herinneringen aan zaken zoals moord, seksueel misbruik, mishandeling te lichtvaardig worden geaccepteerd. De strijd, in dit geval, naar analogie van het IQ, tussen “de terreur van het ongeloof” en de “lichtvaardige acceptatie” veroorzaakt een soort crisis in de gezondheidszorg. Niet in de laatste plaats omdat behandelaars onzeker worden: “Hoe weten we zeker of er een trauma aanwezig is in deze patiënt en/of dat dit trauma een relevante rol speelt? Het wetenschappelijk onderzoek hiernaar duurt voort.
Wat is een trauma?
Laten we ons eens richten op wat er tot nu toe wel bekend is, wat is een trauma eigenlijk?
Een trauma leidt tot een Post-Traumatische-Stress-Stoornis (PTSS) als gevolg van de volgende twee punten:
- bedreiging van fysieke, emotionele en/of mentale integriteit van de persoon;
- reacties van betrokkenen van angst, hulpeloosheid, afschuw,
Met herbelevingen op een of meer van de volgende manieren:
- zich herhaald opdringen van onaangename herinneringen;
- recidiverend akelig dromen;
- herbeleving, illusies, dissociatieve episodes met flashbacks;
- intens psychisch lijden bij blootstelling aan stimuli die aspecten van de traumatische gebeurtenis symboliseren;
- fysiologische reacties bij blootstelling aan stimuli.
De kern is in feite dat zeker de volgende twee factoren aanwezig dienen te zijn:
machteloosheid en ontwrichting van het leven.
Carolien (21 jaar) was uitbehandeld voor haar recidiverende depressie. Toch kon ze niet goed functioneren. Haar leven liep niet en juist nu ze een lieve vriend had. Meting met de filter- ampul “Trauma” liet zien dat er een trauma in haar bio-energetisch systeem aanwezig was dat haar steeds uit evenwicht bracht. Het trauma had iets te doen met haar 14e jaar. Ze begreep niet waarom. Haar liefste opa was toen wel overleden en begraven “maar verder niets bijzonders” volgens haar.
Maar tijdens de regressie-behandeling kwam de echte kern naar boven. Ze voelde zich zo alleen/ in de steek gelaten op de begrafenis dat ze toen dacht: “ik wil ook dood en naar opa toe”. Deze, diep in haar onderbewustzijn, begraven gedachte had haar niet verlaten en ontwrichtte nog steeds haar leven. Verwerking van de gebeurtenis, een nieuwe cognitie en gebruik van een natuurlijk middel hebben grote verbetering opgeleverd.
Kunnen we iets dat machteloos maakt en het leven ontwricht zo goed wegstoppen? Het bekende verschijnsel “verdringing”wordt gezien als een mechanisme daartoe; “een verondersteld mentaal proces of mechanisme met als functie het individu te beschermen tegen ideeën, impulsen en herinneringen die, als ze bewust zouden worden, zouden leiden tot angst, kommernis of schuld. Verdringing wordt geacht werkzaam te zijn op een onbewust niveau. Dat wil zeggen, het mechanisme zorgt er voor die bepaalde mentale inhouden niet bewust te worden, maar ook de werkzaamheid van het mechanisme zelf blijft buiten het bewustzijn”. (Reber, 1998).
Een gecoördineerde verzameling
Het vermoeden bestaat, dat als een gecoördineerde verzameling van gedachten, emoties, handelingen en attitudes afgescheiden raakt van de rest van een persoonlijkheid, we dan te maken hebben met een bijzondere vorm van verdringing: een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS).
Let wel, we spreken hier niet over schizofrenie. Ook daar is sprake van een splitsing maar die betreft de gespletenheid tussen denken, voelen en handelen met een verlies van realiteitszin.
Verdringing en dissociatie worden gerekend tot de “afweermechanismen”: een actiepatroon om zichzelf te beschermen. Dit mechanisme kent meer verschijningsvormen: reactieformatie, regressie, projectie, sublimering, introjectie, ongedaanmaking, enz. (Reber, 1998).
Kortom er lijken nog al wat mechanismen te bestaan om jezelf te beschermen tegen pijnlijke herinneringen.
Terug naar ons uitgangspunt.
Een trauma of PTSS kan een ieder overkomen, wat hebben we tot nu toe aan mogelijkheden om een trauma te diagnostiseren? Wanneer weten we dat een trauma een rol speelt in gedrag dat een patiënt vertoont?
Moeten we alleen afgaan op het verhaal van de patiënt? Is een heteroanamnese noodzakelijk? Waarde daarvan? Als er duidelijkheid is over het werkelijk plaatsgevonden hebben van een traumatische gebeurtenis is de volgende stap mogelijk: Behandelen en behandelingsresultaat screenen. Wat nu als er een vermoeden bestaat dat een trauma een rol speelt maar deze niet door de cliënt is genoemd, noch wordt ondersteund door de anamnese?
Key-areas
Bio-energetisch onderzoek (Zimmermann, 1997) met behulp van electro-acupunctuur volgens Vega heeft aangetoond dat het mogelijk is om “key-areas” te vinden voor “Klinisch Psychologische Beelden”zoals angst, depressie en dwang (De Grote Drie).
Deze key-areas blijken verantwoordelijk te zijn voor het biologisch aspect van het klinische beeld. Beïnvloeding van dit gebied of die gebieden leidt tot verbetering en/of uiteindelijk vrij zijn van de klacht. Ook in geval van een trauma (PTSS) blijken een aantal key-areas verantwoordelijk te zijn voor de symptomen die optreden.
Een trauma leidt tot zulke sterke reacties dat het systeem het niet op “één plek” kan opslaan. Er wordt “scattered information” verspreid opgeslagen met alle consequenties van dien. Beïnvloeding van deze gebieden met een natuurlijk middel leidt vrijwel direct tot minder van psychisch lijden en van symptomen.
Langdurig onderzoek bij cliënten die bijvoorbeeld depressief zijn, angstig, dwangmatig of last hebben van een Latent Psychotische Reactie (LPR) leverde op dat in veel gevallen een trauma gemeten kon worden met de diagnostische filter-ampul “Trauma” die de key-areas bevat van biologisch aspect van een trauma en/of PTSS.
Hiermee is het dus mogelijk geworden om standaard te meten of er inderdaad een trauma aanwezig is.
Praktijkvoorbeeld
Als voorbeeld een week uit de praktijk:
20 nieuwe aanmeldingen voor psychische behandeling waarvan 7x depressief, 5x paniekstoornis, 4x overspannen, 3x burn-out en 1x LPR (Latent Psychotische Reactie); van deze 20 aanmeldingen waren er 15 volwassenen, 2 adolescenten en 3 kinderen (< 12 jr.); bij 9 van deze aanmeldingen was tevens een trauma meetbaar: 5 depressieven met een trauma door overlijden, ontslag, scheiding (2x) en werkgerelateerde problematiek; 2x angststoornis met trauma, te weten een moeder met overleden kind en een adolescent op straat mishandeld, 1x overspannen met traumatisch schoolverleden en 1x 9-jarig kind met LPR en trauma door plotseling dood van een vriendje.
Gelijktijdig behandelen van het biologisch aspect van het klinische beeld met psychologische behandeling volgens uitgekiende protocollen geeft een sneller en beter resultaat - de zogenaamde “P&P” behandeling: Pillen en Protocollen.
Jessica was depressief voor de derde keer. Af en toe paniekaanvallen. Ze was een periode in dagbehandeling geweest omdat de problemen nogal hardnekkig waren, gebruikte onregelmatig antidepressiva, angstremmers en slaapmiddelen. Onderzoek met behulp van de diagnostische filterampul “Trauma” gaf een onontdekt trauma aan op 3-jarige leeftijd. Dit trauma uitte zich door enorme schommelingen in gedrag en in haar hormoonhuishouding al vanaf jonge leeftijd. Tijdens een regressie-behandeling ontdekte zij dat ze – onbedoeld- als 3-jarig kind getuige was geweest van een heftige vrijpartij van haar ouders.
Protocollaire behandeling van het aangeleerde aspect van de depressie naast gebruik van het middel Zeton om het biologisch aspect van de depressie te behandelen en een natuurlijk antitrauma middel leidde tot een stabilisering van de persoon.
Op zijn laatste CD “Tekens van leven” zegt Paul van Vliet gekscherend: “Iedereen heeft een jeugdtrauma, als hij maar wil!”. Dit geeft een beetje aan hoe er buiten “Therapieland” over gedacht wordt. Terecht leek me zolang er geen objectieve maatstaf was om een trauma te diagnostiseren. Met de komst van deze diagnostische ampul is het meten van een trauma en/of PTSS objectief geworden en valide, ofwel het meet wat het pretendeert te meten. Misschien is het beter om het zo te formuleren: het is mogelijk geworden “het kaf van het koren te scheiden”. Iedereen die echt een (jeugd-) trauma heeft, kan nu als hij of zij dat wil, adequaat geholpen worden.
Literatuur
- Coëlho, Zakwoordenboek der Geneeskunde, Ebazer 1989
- Cullberg, J., Moderne Psychiatrie, Ambo, 1989
- Hart, O. van der, Trauma Dissociatie en Hypnose, Swets en Zeittinger b.v., 1995
- Mollon, P. , Freud and False memory syndrome, Icon books UK, 2000
- Reber, A.S., woordenboek van de psychologie, uitgeverij Bert Bakker, 1998
- Stein, D.J., Anxiety Disorders Comorbid with Depression, Martin Dunitz publ.2002
- Terr, L.,Schokkende herinneringen, Uitgeverij I.R. Veen A’dam, 1994
- Zimmermann, N.J., Functionele Psychologie, 1997
