Over ANGST gesproken meneer de Haas
Drs. N.J. Zimmermann
Het was zo’n “ruwe-bolster-type”. Gestuurd door de huisarts. Onder het nerveus draaien van een zwaar sjekkie, mocht ik de bijgaande verwijzing van de huisarts lezen: ”Angstneurose”. Of ik daar wat aan wilde doen. Zo op het eerste oog maakte de man niet een angstige indruk. Hij klaagde over angstaanvallen, maar het leek meer een soort nervositeit. Verder uitvragen van de cliënt leverde op dat hij als kleine zelfstandige, niet getrouwd, elke ochtend met een thermoskan onder z’n arm naar zijn werk ging. “Hoeveel koffie drinkt u per dag?” vroeg ik voorzichtig. “Ongeveer 20 koppen!”.
Deze man werd behandeld met een anxioliticum (benzodiazepinen). Het hielp niet, daarom was hij doorgestuurd. Uiteraard was de beste remedie in dit geval het drinken van koffie te staken. Na een maand kwam de man terug. Hij had een maand lang hoofdpijn gehad, maar de “angst” was een stuk minder.
Angst, zoals in deze casus, laat zich moeilijk diagnostiseren. Wanneer is angst nu werkelijk angst, ofwel biologische angst, een beklemmend verschijnsel dat mij blokkeert in mijn doen en laten? Dat veel gehoorde gevoel van “angst voor de angst”.
Hier praten we niet alleen over een fobie die meestal direct herkenbaar is als klacht. Ook spreken we niet alleen over PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis, DSM IV) waarvan angst een belangrijk onderdeel kan uitmaken. We spreken ook over de minder bekende vormen van angst.
Biologische angst
Biologische angst kan ook leiden tot een depressieve toestand of tot dwangmatig functioneren. Op deze wijze wordt angst gemaskeerd waarbij de ogenschijnlijke depressie of dwangmatigheid “slechts” symptomen zijn geworden van de angst. Daarnaast kennen we nog de relatief “normale”, bekende verschijningsvormen van angst zoals vliegangst, examenvrees, faalangst en angst om te blozen, die met therapeutische aanpak meestal redelijk verbeterd kunnen worden.
Kortom, angst is er in verschillende gradaties (DSM IV, 1994), verschillende verschijningsvormen, soms gemaskeerd en last but not least soms zelfs het gevolg van overmatig gebruik van stimulantia (koffie) en/of drugsgebruik.
Er is in de loop van de jaren veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het biologische aspect van het verschijnsel angst. Daartoe werden verschillende hypothesen geformuleerd (Asnis et al, 1995), waaronder de norepinephrine hypothese (Asnis, 1995), de serotonine hypothese (Kahn, 1995), de caffeïne geïnduceerde hypothese (Ukele, 1995) en de CCK hypothese (Bradwein, 1995).
Het voert –in het kader van dit artikel- te ver om de inhoudelijke kant van de hypothesen te beschrijven. Samengevat kan gesteld worden dat de “overall” conclusie van al deze hypothesen is dat er (nog) niet met zekerheid gesteld kan worden dat de oorsprong van het verschijnsel angst eenduidig verklaard kan worden.
Angst en anorexia
In het kader van dit artikel is het interessant in het kort de conclusie te noemen van de CCK-hypothese (CCK=Cholecystokinine-hormoon in duodenum en hersenen werkzaam) waarin de onderzoeksvraag is: “Veroorzaakt CCK paniekaanvallen?”. De uitkomst luidt dat CCK mede paniekaanvallen bevordert en induceert in combinatie met werking in verschillende delen van de hersenen en interactie met serotonine, noradrenaline en dopamine.< BR>
Deze conclusie is interessant omdat angst ook vaak in verband wordt gebracht met het verschijnsel anorexia. Het CCK hormoon, in overmaat geproduceerd onder invloed van angst, bevordert dus mede de angst maar heeft bovendien tot gevolg –de normale functie van het hormoon in het duodenum- dat de eetlust wordt geremd. Biologisch gezien een logische zaak! Angst is “vluchtgedrag” en tijdens de vlucht is eten onhandig en onverstandig.
Zouden we mogen stellen dat er ook een biologische verklaring is voor de relatie tussen angst en anorexia zoals zo vaak geconstateerd in de klinische setting?
Wat levert al dit onderzoek op voor de dagelijkse praktijk van de angst waarmee cliënten binnen komen? Allereerst het feit dat er een biologische angst bestaat: de angst voor de angst. Het overkomt me… Het is er gewoon! Juist voor die angst is het nodig een middel tot onze beschikking te hebben dat deze biologische angst remt/doet afnemen, waardoor therapeutische interventies beter aankomen.
Key-areas
Bio-energetisch onderzoek (Zimmermann, 1997) met als hypothese “Welke centra zijn bio-energetisch actief in geval van biologische angst en op welke wijze zijn deze te beïnvloeden?” heeft opgeleverd dat er inderdaad bio-energetisch meetbare “key-areas” actief zijn en zelfs overactief zijn in geval van (te) grote angst, paniek of fobieën. Het bijzondere was dat bleek dat zodra de angst een “imaginatieve belastingsgrens” overschreed, het systeem niet in staat was de angst weer terug te brengen tot “nul”. Het systeem sluit het dan als het ware in zich op en leert ermee omgaan, leert het compenseren.
Met de eerder genoemde benzodiazepinen is het mogelijk de angstverschijnselen te onderdrukken waardoor het leven toch leefbaar blijft, echter, het probleem is daarmee niet opgelost. Het biologische systeem heeft een blokkade opgelopen en verkeert daardoor in een “anabole toestand” (stofwisseling vertraagt, energiegebrek, tendens naar vagatonie, dat wil zeggen de functie van de parasympathicus overheerst die van de sympathicus).
Meten en behandelen
Met behulp van bio-energetisch onderzoek is het mogelijk gebleken (zie “Kind en Depressie, 1999) de key-areas van angst, net als bij depressie, in de vorm van een ampul met gepotentieerde extracten te gebruiken als meetinstrument. Door deze ampul als “filter” te gebruiken bij de verschillende gradaties en verschijningsvormen van angst is een natuurlijk angstremmend natuurlijk middel ontwikkeld .
Kenmerkend van dit middel is dat het angstgevoelens remt (tandarts), maar tevens de eerder beschreven “opgeslagen angsten” cumulatief afbouwt, waardoor het geschikt is voor elke vorm van angst waarin het biologisch aspect onmiskenbaar een rol speelt. Voorwaarde voor gebruik is dat mijnheer de Haas dus inderdaad als angstig gemeten wordt, maar bovendien dat andere factoren die een rol spelen (koffie, helaas!) worden uitgesloten van gebruik.
Bijzonder is bovendien dat het gebruikt kan worden als basismiddel bij de behandeling van anorexia. Ook anorexia blijkt key-areas te hebben (zie terug, o.a. bij CCK-hypothese) waarvoor een diagnostische ampul is samengesteld. Daarvoor is een ander natuurlijk middel ontwikkeld. Inzet van beide middelen blijkt zeer goed te werken bij de behandeling van het probleem anorexia.
Terugkerend naar ons uitgangspunt “wat is angst eigenlijk?” kunnen we stellen dat bio-energetisch onderzoek, gebruik makend van biopsychologische en neuropsychologische kennis, de mogelijkheid heeft opgeleverd een testampul te ontwikkelen waarmee angst, paniek en fobieën met grote zekerheid aangetoond kunnen worden. Op basis hiervan is een modern, natuurlijk angstremmend middel ontwikkeld. In het verlengde hiervan is tevens een testampul voor het op angst gebaseerde verschijnsel anorexia ontwikkeld met bijbehorend middel. Beide middelen zijn een grote ondersteuning voor behandeling van cliënten, in de klinische setting van iedere praktijk.
Tot slot: Uit onderzoek blijkt dat als bij één en dezelfde patiënt angst en depressie wordt gemeten, de behandeling van angst altijd voor gaat. Eerst blokkade opheffen!
