Ineens was het er

die intense angst en verwarring, De bio-energetische benadering van de psychose

Drs. N.J. Zimmermann

 

Ze had drugs gebruikt, ……….. op een verkeerd moment. Daarbij speelde haar verleden door. Een verleden, gekenmerkt door depressies, dwangverschijnselen en een thuis waar ze niet naar terug wilde. Ineens was het er, die intense angst en verwarring. Het gevoel alle controle kwijt te zijn, los van de realiteit. Het enige dat ze nog kon, was “tekenen”. Ze liet haar potlood woest en als vanzelf over het papier gaan totdat er iets ontstond. De psychose verdween zoals deze gekomen was, onverwacht, maar wat bleef was de shock en een latent, vreemd gevoel van verwarring.

Het komt tegenwoordig vaak voor dat clienten (latent) psychotisch zijn. Zouden drugs de grote boosdoener zijn? In ieder geval zien we vaak dat er vooraf sprake was van XTC gebruik of een andere drug. Wat is een psychose eigenlijk? De indicatiegebieden voor een psychose (Peppelinkhuizen et al, 1997) zijn:

1)       Ziektebeelden gekenmerkt door ernstige stoornissen in denken en waarneming, in het bijzonder die waarbij wanen en hallucinaties op de voorgrond staan, ongeacht hun pathogenese.

2)       Ziektebeelden waarbij motorische hyperactiviteit, innerlijke onrust of ontremming op de voorgrond staan, zoals manische beelden, delirante beelden (van delirium) en opwindingstoestanden.

3)       Overige indicaties, waaronder neurologische aandoeningen met extrapiramidale bewegingsonrust (dit verwijst naar het extrapiramidale systeem, een gebied in de hersenen en de hersenstam van waaruit een deel van de bewegingen wordt bestuurd; hier bedoeld dus bewegingen geïnitieerd door iets daar buiten om), maladie des tics van Gilles de la Tourette, hik, misselijkheid en braken.

Meer algemeen gesteld is een psychose een brede term voor een aantal ernstige tot zeer ernstige symptomen, te weten psychische stoornissen waarbij de betrokkene het contact met de realiteit kwijt is. De symptomen zijn kortweg gesteld: wanen, hallucinaties, ernstige regressieverschijnselen, onverwachte stemmingswisselingen en incoherente verbale uitingen, tachycardie (abnormaal versnelde hartslag als gevolg van heftige emoties) en, last but not least, slaapstoornissen.

Misschien is het zinvol een simpele tweedeling te gebruiken die de grens markeert tussen “relatief ernstig” en “ernstig”. Die tweedeling, respectievelijk covert ( Latent Psychotische Reactie = LPR)en overt (Manifeste Psychose = MP), wordt feitelijk vooral gekenmerkt door de mate waarin de cliënt het contact met de realiteit kwijt is. Beiden kennen acute en subacute fasen.

In de klinische setting van een particuliere praktijk zal het minder vaak, zo niet zelden vóórkomen dat de behandelaar te maken krijgt met een acute, psychotische patiënt. Dit vraagt voortdurende begeleiding en/of zelfs intramurale zorg. In de particuliere setting zal de gediagnostiseerde psy-chose meestal gemaskeerd zijn, latent van aard en exogeen. DSM IV, Diagnostic and Statistical Manual of Psychiatric Disorders, verdeelt de diagnose “psychose” onder in verschillende hoofd-stukken, te weten: stemmingsstoornissen, bipolaire stoornissen, schizofrenieën, organisch psychiatrische stoornissen en kortdurende psychosen.

Voortschrijdend inzicht in de etiologie heeft geleid tot een subindeling in endogene en exogene ontstaansgrond (Coëlho, 1989). Endogeen wil zeggen “van binnen uit”, erfelijk, abnormale aanleg of predispositie. Exogeen wil zeggendoor schadelijke invloed van buitenaf, bijv. alcoholmisbruik, vergiftiging, syfylis, smart, hevige schrik, drugs, zware zorgen.

Nu het gebied van de psychose enigszins is afgebakend zien we in ieder geval één zeer belangrijk kenmerk: verandering in het denkvermogen. De cliënt haalt zich allerlei vreemde dingen in het hoofd, die volgens de mensen in de omgeving niet (kunnen) kloppen, terwijl ze voor de cliënt toch absoluut waar zijn. “Ervaringsdeskundigen”, zo plegen drugsgebruikers zichzelf te noemen, vertellen vaak bizarre verhalen over hun belevenissen. Dit zijn meestal in aanleg gewone jongeren die onder invloed van drugs psychotische episodes doormaken. Zo ook kunnen mensen die langdurig mentaal overbelast zijn en/of zorgen hebben een manische ontremming doormaken uitlopend op een LPR of zelfs een MP.

Dit zijn cliënten die tijdelijk het contact met de realiteit (LPR) verliezen, maar vaak met of zonder hulp de weg terug vinden. Dit is anders bij de patiënt. Deze – in tegenstelling tot de cliënt – kan ook psychotisch worden maar dan “bovenop” de depressie òf de manie en/of de angststoornis en/of de dwangstoornis die al evident aanwezig was. Het verschil is dus dat in deze gevallen niet alleen het denkvermogen is aangetast maar eveneens de stemming is veranderd. Hier luidt de diagnose dan bijv. manische psychose of depressieve psychose, al naar gelang het dominante kenmerk van de onderliggende stemmingsverandering (MP).

Voor alle duidelijkheid; van een LPR wordt gesproken wanneer een cliënt de meest dominante kenmerken ervan bij zich draagt, maar deze schijnbaar kan controleren en kan voorkómen. Anders gesteld: voorkómen dat de psychose van covert verschuift naar overt.

Om LPR te diagnostiseren, moeten volgens de traditionele wijze van diagnostiseren tenminste vier van de volgende acht kenmerken aanwezig zijn:

-          neiging tot vluchten uit de realiteit / contactverlies met de realiteit.

-          incoherente verbale uitingen, verwarring

-          regressieverschijnselen

-          wanen en/of hallucinaties

-          slaapstoornis, weinig slaap

-          bewegingsonrust

-          stoornissen in de geslachtsdrift

-          paranoïdie (achtervolgingswanen)

Het begrijpen van het ontstaan van een psychose is mogelijk. Het invoelen ervan is moeilijk, zo niet onmogelijk. Het lezen erover is boeiend. Wil men via literatuur “contact krijgen” met het probleem dan lenen de volgende twee boeken zich voor een paar verbijsterende uurtjes: “Whispers”, geschreven door Ronald K. Siegel in 1995, een huiveringwekkende, fascinerende reis door de wereld van de paranoia.

Twaalf case studies waarin we drugsverslaafden volgen; lichte gevallen waarbij iemand het gevoel heeft dat iets hem besluipt; we ontmoeten een oude vrouw die haar gebit hoort fluisteren, een mooie balletdanseres die verliefd wordt op haar schaduw enz..Het tweede boek behandelt drie psychotische episodes die de schrijver zelf door heeft gemaakt: “De wereld van de fonen”, door R. Riemersma, 1990.

In de reguliere setting van de psychiatrie wordt bij bestrijding van psychose gebruik gemaakt van “neuroleptica”. Alle neuroleptica hebben met elkaar gemeen dat ze de activiteit remmen van de neurotransmitter dopamine doordat ze de bindingsplaats in de hersenen (receptoren) blokkeren waar dopamine, als het door de ene zenuwcel wordt uitgescheiden, de volgende zenuwcel activeert. Deze eigenschap heeft geleid tot de zogenaamde “dopamine-hypothese” (Nolen et al, 1987) van de manie. Die luidt dat bij manische patiënten de activiteit van het dopamine systeem verhoogd is. Deze neuroleptica hebben als belangrijkste en bekendste eigenschap dat ze anti-psychotisch werken en worden daardoor anti-psychotica genoemd naar het farmacologisch werkingsmechanisme.

Bio-energetisch onderzoek (Zimmermann, 1998) naar de etiologie van de psychose (met name de latente vorm) als verschijnsel optredend naast of los van de biologische depressie, de angststoornis of de dwangstoornis, heeft geleid tot het onderkennen van de “key-areas” alsmede een aantal psycho-immunologische reacties die altijd optraden onder invloed van de psychotische reactie. Door deze kenmerken te bundelen en te verwerken in een diagnostische filterampul is het mogelijk geworden de psychose, met name juist de latente vorm, te meten met behulp van functionele diagnostische tests zoals het Vega systeem en kinesiologie.

Cliënten met een LPR kùnnen angst, depressie of dwangmatigheid hanteren als afweer. Als in dit geval de psychose niet eerst of tegelijkertijd wordt behandeld, maar bijvoorbeeld eerst de angst, dan bestaat er een grote kans dat de latente vorm verschuift naar acuut. Immers, de afweer wordt doorbroken. De enige vlucht die nog mogelijk is, is de ultieme vlucht uit de realiteit.

Op basis van deze bevindingen is een bio-energetisch anti-psychoticum ontwikkeld, Zodok genaamd. Het is uitstekend geschikt voor de behandeling van de LPR, die tot op heden onvoldoende kon worden gediagnosticeerd, en werkt in positieve zin ondersteunend bij de ernstige psychose.

Indien er sprake is van een psychotische reactie, is het mogelijk om een natuurlijk middel in te zetten. Het kan gebruikt worden naast het natuurlijke middelen tegen depressie, naast angstremmende natuurlijke middel, of naast een middel tegen dwangmatigheid. Deze drie middelen dienen liefst nooit met elkaar gecombineerd te worden. (“Functionele Psychologie”, Zimmermann, 1998) Hierbij gelden de eerder beschreven regels van gebruik: indien bij één patiënt angst alswel depressie of dwang wordt gemeten dient altijd eerst de angst behandeld te worden, terwijl de behandeling van depressie weer voorkeur geniet boven de behandeling van dwangverschijnselen als beide klinische beelden meetbaar zijn.

Uit bovenstaande moge blijken dat het menselijk brein in staat is tot diverse reacties op de realiteit. Zo is er de depressieve reactie als gevolg van frustratie en het onvermogen tot verandering c.q. verbetering van de situatie. Andere mogelijkheden zijn de angstreactie, de vlucht door angst, schrik, paniek of de dwangmatige reactie met de neiging tot persevereren, de poging om toch maar vooral gedaan te krijgen wat eigenlijk niet kan. In al deze gevallen ziet de persoon niet helder genoeg in zichzelf en leeft te veel in de geest in plaats van in het lichaam. Welke plaats neemt nu de psychotische reactie in?

Een psychotische reactie komt voort uit de poging om niet alleen uit het lichaam te vluchten (het gevoel) maar ook uit de geest. Men bevindt zich buiten/boven zichzelf, kan daardoor niet meer normaal denken en is het contact met zichzelf en de realiteit kwijt. Men zou dit de ultieme vluchtpoging kunnen noemen. Aarden, aarden, aarden is het motto.

Bij de behandeling van LPR is het essentieel tegelijkertijd een natuurlijk middel te gebruiken voor een goede nachtrust. Juist een goede slaap draagt bij tot een snelle verbetering van de psychotische reactie en/of de restverschijnselen ervan.

Tot slot zal duidelijk zijn dat therapeutische interventies naast het gebruik van Zodok onontbeerlijk zijn. De volgende drie opdrachten staan de cliënt te wachten:

1)       de psychotische ervaring integreren in het dagelijks leven;

2)       de conflicten onder ogen zien die aan de LPR of MP vooraf gingen

3)       mensen die voor hem/haar belangrijk zijn in zowel werk als privé tegemoet treden met een intact gevoel van zelfrespect.

In één van de Scandinavische landen (Neurospeak, 1998; p 16) was een man per ongeluk opgesloten in een vriescompartiment van een trein. Hij werd dood aangetroffen met alle klinische symptomen van bevriezing maar de vrieskast stond niet aan… Mogen we dit ook een psychotische reactie noemen?

Literatuur

-          Coëlho, Zakwoordenboek der Geneeskunde, Elsevier, 1989

-          Cullberg, J., Moderne Psychiatrie, Ambo, 1989

-          DSM IV (1994)

-          Hinton, J., Gronden, Uitgeverij Bres, 1995

-          Neurospeak, Uitgeverij Element, 1998; p 16

-          Nolen, W.A., et al, Depressie, Elsevier, 1987

-          Peppelinkhuizen, L., et al, Het Psychiatrisch formularium, Erasmus Publishing, 3e editie, 1997

-          Reber, A.S., Woordenboek van de Psychologie, uitgeverij Bert Bakker, 1998

-          Riemersma, R., De wereld van de fonen, de Toorts, 1990

-          Siegel, R.K., Whispers – de stemmen van paranoia, Het Spectrum, 1995

-          Zimmermann, N.J., Functionele Psychologie, 1998