De functionele psychologie

Een versmelting van de psychologie en de functionele geneeskunde.

Drs. N.J. Zimmermann

Het doel van dit schrijven is duidelijk te maken wat functionele psychologie inhoudt en een aanvullend behandelingsmodel te presenteren voor de drie in de psychologische praktijk meest voorkomende klinisch psychologische beelden:

- depressie
- angst/ fobie
- dwangverschijnselen

In het hiernavolgende zal herhaaldelijk gesproken worden over de Vega testmethode, functionele geneeskunde, STT en klinisch psychologische beelden.

De Vega testmethode

De Vega testmethode is een vorm van electroacupunctuur. Electroacupunctuur kan het best gezien worden als een versmelting van oosterse en westerse wetenschap. De oorspronkelijke acupunctuur levert de kennis over meridianen, zgn. energiebanen in het lichaam. De westerse wetenschap ontwikkelde een meetinstrument om de energie van deze meridianen meetbaar te maken. Deze techniek wordt ook wel de bio-energetische meettechniek genoemd. Bio-energetische meettechnieken kunnen geen uitspraak doen over fysieke grootheden, wel is er een relatie tussen energie en het fysieke. De diagnostiek van fysieke grootheden is voorbehouden aan de reguliere geneeskunde.

Een bio-energetische meetmethode zoals het Vega systeem, meet de reactie van het autonoom zenuwstelsel van de patiënt. Dit is dat deel van het zenuwstelsel (synoniem voor vegetatief zenuwstelsel), dat de onwillekeurige (buiten de wil om) functionerende organen verzorgt, zoals die van de spijsvertering, bloedsomloop, de ademhaling, de stofwisseling enz., alsmede de endocriene klieren.

Vega

Vega maakt hierbij gebruik van diagnostische ampullen waarin o.a. homeopathisch verdunde stof zit. Deze ampul fungeert als een “vraag”. Met behulp van deze vraagampullen en het meetinstrument kan ondermeer bepaald worden of een orgaan goed of slecht functioneert, d.w.z. de standaard meetwaarde blijft normaal, -dit is “goed”-, of de waarde daalt, hetgeen aangeeft dat er een verstoring kenbaar is. Met behulp van dit bio-energetisch meetsysteem kan dus theoretisch elk onderdeel van het vegetatief systeem doorgemeten worden.

De functionele geneeskunde

De functionele geneeskunde maakt gebruik van deze bio-energetische testmethode en kan dus gezien worden als een verbijzondering van de geneeskunde. De reguliere geneeskunde richt zich op het fysieke, terwijl de functionele geneeskunde zich richt op de energiën.

Pathologieën in de bio-energie kunnen gezien worden als een voorbode van een fysieke verstoring. Deze verstoringen leveren klachten op, maar zijn feitelijk niet relevant in de reguliere geneeskunde. Een voorbeeld is het verschijnsel “hypoglycemie”, een al of niet chronisch verlopend beeld van verlaagd bloedsuikergehalte. De reguliere geneeskunde negeert dit beeld, terecht overigens, want het is niet medisch. Pas wanneer er sprake is van haar tegendeel, suikerziekte, wordt het medisch en is medisch handelen noodzakelijk.

Het meest zinvol zou zijn dat de reguliere geneeskunde zou samenwerken met de functionele geneeskunde. Van functionele klachten wordt verondersteld dat deze voorafgaan aan fysieke klachten. Het begrip preventie zou hiermee werkelijk inhoud krijgen.

Binnen het gebied van de functionele geneeskunde maakt men gebruik van het Vega-meetinstrument voor diagnose en van andere apparatuur voor directe behandeling van functionele klachten.

STT: Stofwechsel Test und Therapie

De STT is daarvan een voorbeeld, STT staat voor “Stofwechsel Test und Therapie”. Met dit apparaat is het mogelijk te testen of de algehele stofwisseling op de juiste manier verloopt volgens de vier volgende fasen:

1) substraatopname (vet, koolhydraten, eiwit),
2) splitsing en transformatie,
3) afbraak, en
4) vrijkomen van de energie.

Verstoring van de stofwisseling vindt plaats door bijvoorbeeld een shock met als gevolg een “anabole ontsporing – een verstoring van de stofwisselingsopbouw. De functie van de parasympathicus overweegt dan die van de sympathicus (vagotonie). Verstoring in chronische zin door bijvoorbeeld langdurige psychische stress heeft tot gevolg dat teveel energie vrijkomt, een soort uitputtingsslag. Hier overweegt de functie van desympathicus die van de parasympathicus (sympathicotonie). De eerste toestand, vagotonie, wordt in dit verband de anabole toestand genoemd. De tweede, sympathiconie, heet de katabole toestand.

KIinisch Psychologische beelden

KIinisch Psychologische Beelden zoals depressie, angst/ fobie en dwangverschijnselen, zouden benoemd kunnen worden als functionele verstoringen. Er zijn immers lichamelijke symptomen en er is een functie-uitval, maar er kunnen geen fysieke of organische afwijkingen gevonden worden. De functie van het organische is gestoord, terwijl de “structuur” ervan gezond is: een gezond oog dat niets ziet, rugpijn, maagklachten, hoofdpijn.

In de psychologie worden verschillende verklarings- en behandelingsmodellen gehanteerd. Het (waarschijnlijk) duidelijkste en voor de praktijk best hanteerbare model is gebaseerd op een tweedeling (Cuijpers,1995): een klinisch beeld zoals depressie heeft een aangeleerde kant en een biologische kant. De aangeleerde kant betekent in dit geval dat iemand in een uitzichtloze situatie is terechtgekomen. Door langdurig aanhouden van deze toestand ontstaat als het ware een aanpassing van het bio-systeem aan deze depressieve toestand, “het lichaam wordt tevens depressief”; voor elk klinisch beeld als voornoemd geldt hetzelfde principe. De psychologie heeft tot taak zich te bemoeien met dit aangeleerde aspect en cliënten te helpen hun strategieën om problemen op te lossen te veranderen of te verbeteren. Daarnaast wordt al of niet met medicatie gewerkt (biologisch aspect). In geval van depressie kan dit vooral noodzakelijk zijn vanwege een tekort aan de neurotransmitter “serotonine”. De medicatie hiervoor wordt voorgeschreven door een arts of psychiater.

In de functionele psychologie, de variant die, analoog aan de hierboven beschreven functionele geneeskunde, als het ware over de grens van het medisch aspect naar de bio-energetische kant meekijkt, ontstaat een meerwaarde voor de psychologie. De vraag die de functioneel psycholoog zou stellen is “wat er voor energetische verstoring kenbaar kan zijn”, die mede – ingeval van depressie b.v. – oorzaak is van dat zware, sombere gevoel en het slechte functioneren van het biosysteem. Het Vega-testsysteem biedt in dit geval met haar vraagampullen en STT een goede methode om te testen wat er aan bio-energetische verstoringen meetbaar is bij genoemde klinisch psychologische beelden. Door nu daadwerkelijk te meten bij cliënten met specifieke vraagampullen is het mogelijk te zien of er inderdaad sprake is van een verstoring, maar ook hoe hoog de verstoring is en welke vorm deze heeft, anabool of katabool. Vervolgens is het mogelijk met behulp van de STT te onderzoeken of beïnvloeding van het specifieke gebied leidt tot verandering, c.q. verbetering van de klacht.

Op deze wijze zijn in de loop van vijf jaar onderzoek en behandeling van vele cliënten specifieke vraagampullen ontstaan voor de drie eerder genoemde klinisch psychologische beelden. Deze ampullen bevatten de “key-area’s”, die (mede) verantwoordelijk zijn voor de bio-energetische verstoring van de psychologische klacht. Met andere woorden, de aangeleerde kant èn de biologische kant zijn nu beide binnen het werkterrein van de psychologie gebracht.

Om de vraagampullen te valideren en te testen op betrouwbaarheid is onderzoek gedaan met behulp van een valide en betrouwbare multi-dimensionele vragenlijst, de SCL-90 (Arrindell, W.A. uit “Tests en testresearch in Nederland”, 1992). We hebben vergeleken of de uitkomsten van de metingen met de vraagampullen (depressie, angst, dwang) overeenkomen met de uitkomst van de vragenlijst. Het bio-energetisch meten van depressie (verlaagde waarde) ging steeds samen met een score “hoog” tot “zeer hoog” op de SCL-90 lijst (vergeleken met Normgroep I = normale populatie). Ditzelfde geldt voor angst/ fobie en in mindere mate voor dwangverschijnselen, de categorie die op de SCL-90 “lnsufficientie van Denken en Handelen” genoemd wordt. Een verlaagde meerwaarde viel hier het meest samen met de score “bovengemiddeld” of “hoog” op de SCL-90 lijst.

Op basis van deze resultaten zijn de vraagampullen gebruikt voor het samenstellen van een alternatief “anti-depressivum”, een “angstremmer” en een “anti-dwangmiddel”. Immers, door de vraagampul te gebruiken die “zwak” test, is het mogelijk te testen welk(e) middel(en) helpt(en) om weer sterk te worden, c.q. sterk te testen.

Vervolgens blijkt het mogelijk te zijn beter te onderscheiden welk beeld primaire behandeling vraagt als meerdere klinische beelden tegelijkertijd in één cliënt meetbaar zijn. Opvallend is hierbij dat de vraagampul “angst” altijd “anabool” meet, het systeem dus blokkeert en dientengevolge primaire behandeling vraagt vóór behandeling van depressie en dwangverschijnselen.

Anders ligt dit bij depressie en dwangverschijnselen. Beide beelden meten katabool. De “key-area’s” voor depressie zijn verschillend van die van de dwangverschijnselen. Ervaring wijst uit dat depressie primair behandeld dient te worden als beide beelden in een cliënt kenbaar zijn. Primaire behandeling van dwangverschijnselen verergert de depressie, terwijl het omgekeerde nauwelijks of geen versterking van de dwangverschijnselen met zich meebracht.

Beïnvloeding, c.q. verbetering van de klachten (het biologisch aspect) van genoemde klinisch psychologische beelden is nu mogelijk geworden met behulp van de STT in directe zin en m.b.v. de ontwikkelde fytotherapeutische middelen op een meer geleidelijke manier.

De samenstelling van deze middelen is grotendeels gebaseerd op het gebruik van fytotherapie en bio-electronische signalen. Juist bij zgn. “ziektebeelden” zoals klinisch psychologische beelden, waarbij het biosysteem – waaronder de hersenen – in een chronische stresstoestand is overgegaan, zoals bij depressie en/of dwang, of geblokkeerd is zoals bij angst, kan fytotherapie een krachtig middel zijn.

Aandachtspunten bij de praktijk van het voorschrijven zijn:

  1. Behandeling van angst gaat vóór behandeling van depressie en dwang indien meerdere klinische beelden in één cliënt worden gemeten
  2. Behandeling van depressie gaat voor behandeling van dwangverschijnselen
  3. Er wordt slechts 1 van deze 3 middelen per keer voorgeschreven. Tijdens/ na behandeling van de “Grote Drie” (angst – depressie – dwang) doen zich vaak afhankelijk-klinische beelden” voor, zoals slaapproblemen, anorexia en boulimia. Behandeling hiervan is meestal gerelateerd aan behandeling van één van de GROTE DRIE.

Resultaten

De resultaten bij het gebruik van natuurlijke middelen zijn als volgt:

  • Bij een steekproef (N = 25) onder depressieve patiënten bleek het biologisch aspect binnen 6 tot 8 weken (M=7,5) te zijn verdwenen.
  • Bij patiënten met angstverschijnselen levert de steekproef (N=25) een gemiddelde op tussen 8 – 10 weken (M =8,5).
  • Bij behandeling van dwangverschijnselen (N=20) is het gemiddelde 8,5 week met een spreiding van 7-10 weken.

Behandeling van delen van de “key-area’s” in directe zin met de STT geeft een aanzienlijke versnelling te zien van de resultaten. Bij genoemde steekproeven is gekozen voor cliënten waarbij dit niet werd toegepast. Gekozen is ook voor cliënten die geen reguliere geneesmiddelen gebruikten.

Literatuur

  • Psychologische portretten deel I en II; Coulter, C.R.; Uitgeverij
    Homeovisie, Alkmaar, 1991
  • In de put, uit de put ; Cuijpers, P, Uitgeverij Intro, 1995
  • DSM IV 4e editie; Swets en Zeitlinger bv, 1994
  • The Panic Disorder ; G.M. en van Praag, H.M., Einstein Psychiatry
    Series, Asnies, A. Wiley-Interscience Publications, 1995
  • Angsbeheersing; Hermans, H., Boom, Meppel , 1993
  • Why we sleep; Horne, J., Oxford University Press, 1988
  • Fundamentals of Human Neuropsychology; Kolb, B. en Whishaw, L.A.,
    W.H. Freeman & Company, New York, 1985 2nd edition
  • Ambulante behandeling van eetstoornissen; Norr, J., Bohn Stafleu, Van
    Loghum, 1993
  • Het Psychiatrisch Formularium; Prof. dr. L. Pepplinkhuizen, Erasmus
    Publishing, 1997
  • De vrouw die haar meubels met suiker bestrooide; Rapoport, J.L., A.W.
    Bruna uitgevers b.v, Utrecht, 1989
  • Eten kun je laten; Roth, C., Forum, Amsterdam, 1996
  • Depressie overwinnen; Sanden, v.d. W.A.J., Swets & Zeitlinger b.v.,
    1995
  • Waarom krijgen zebra’s geen maagzweer ?; Sapolski, R.M., Het
    Spectrum, 1994
  • Depressies; Smyth, A., Tirion, Baarn, 1995
  • Anorexia; Spreitsma, J.E., Ankertje nr. 131, Ankh-Hermes, 1986
  • Health Psychology; Taylor, S.E., Mc Graw-Hill International Editions
    1995 ,3rd edition
  • Directieve Therapie 4; Velde, van der, K., Bohn Stafleu, 1992
  • Migraine en hoofdpijn; Waal-Malefijt, M., de, Ankh-Hermes, 1993
  • Slaapklachten; Wolffers, I., Z&K Uitgevers, 1996