De depressie van Freud als nieuwe testampul
Drs. N.J. Zimmermann
Vorige week werd ik gebeld door Cees die graag langs wilde komen. Hij klonk wat ‘down’, in zichzelf gekeerd. Eénmaal binnen wilde hij weten “of er wat aan te doen was”. “Wat bedoel je?” was mijn openingsvraag. “Tja, ik denk dat ik depressief ben en ik heb gehoord dat u dat kunt testen. Maar wat ik dus vooral wil weten, is er wel wat aan te doen?” “Bedoel je of deze is op te lossen of wil je weten wat de depressie veroorzaakt?”.
“Eigenlijk beide”, gaf Cees aarzelend te kennen. Hij had eigenlijk niet zo’n zin in een ‘pen-en-papier-test’ dus werd direct getest of hij zwak reageerde op de diagnostische ampul ‘depressie’. Er was overduidelijk sprake van een klinische depressie. “En wat nu?” vroeg hij. “Zit dit in mijn karakter of is ‘t bepaald door m’n verleden?”. Cees had onmiskenbaar van Freud gehoord. “Kijk Cees”, en ik ondersteunde mijn uitleg met een tekeningetje, “als ik een depressie met zo’n ampul kan meten, dan is hij ‘klinisch’, d.w.z. veroorzaakt door iets dat jou frustreert. Die depressie is dus in je systeem terug te vinden, kijk hier. ‘Biologisch’ noemen we dat. Daar is wat aan te doen met een echt natuurlijk antidepressivum. “En verder?” wilde hij nog meer weten. “En verder moeten we uitzoeken wat jou zo frusteert zonder dat je uitzicht hebt op verandering”.
Cees ging zoals hij gekomen was. Een paar dagen later belde hij op om te zeggen dat hij niet terug kwam. Hij wist nu dat er wat aan te doen was. Dat had hem gerustgesteld. Hij kwam nog niet, zei hij, omdat hij als schrijver met zijn stemmingsstoornis naam had gemaakt en wilde dit nu niet verliezen. Eco-logisch lijkt me, ofwel slim gezien zijn succes!
Het bijzondere bij energetisch testen van een depressief persoon is dat je emoties kunt blijven testen. Sterker nog, als je je niet realiseert dat de testee depressief is, kun je in verwarring raken. Iedere seconde zo ongeveer komt er wel weer een andere emotie op.
Het lijkt een oneindige vergaarbak van emoties. Als we echter doortesten, is kenmerkend dat de oorzaak veelal gezocht moet worden in voorvallen die niet eindeloos hoeven te worden herhaald om in het geheugen te worden opgeslagen: ontslag, overlijden van de favoriete parkiet, verlaten zijn door de geliefde, enz. We spreken hier over het declaratieve geheugen. Als we naar het smeltpunt gaan van al deze emoties en/of gebeurtenissen komen we eigenlijk bij de kern van de depressie.
Deze kern is tweeledig, het biologische en het aangeleerde aspect. De biologische, c.q. bio-energetische opvatting is terug te vinden in de verstoring van de werking van delen van de hersenen en van organen in het lichaam. Naast deze biologische verstoring is er ook sprake van ‘het aangeleerde aspect’. Frustratie is hier het kernwoord. Elke zich ontwikkelende depressie ontstaat doordat er iets in het leven plaatsvindt dat frustreert, terwijl er geen of onvoldoende uitzicht is op verandering en/of verbetering.
Door middel van therapie, bijvoorbeeld in de vorm van ‘protocollaire behandeling’ of anderszins, moet geleerd worden om te gaan met het probleem. Deze tweedeling, biologisch en aangeleerd, is gaandeweg in de praktijk van alledag ontstaan en incorporeert de opvattingen van andere psychologische stromingen, ook die van de allereerste, Freud.
Freud was ongeveer één van de eersten die het begrip depressie introduceerde. Als Freud sprak van een depressie dan bedoelde hij oorpronkelijk dat deze stemmingsstoornis was ontstaan als gevolg van het verlies van een geliefd persoon. Een tipje, overigens, van de rijke psychoanalyse. Freud introduceerde tevens de begrippen ‘bewust’ en ‘onbewust’. Hoofdgedachte van deze leer is dat het karakter en het huidige gedrag grotendeels bepaald worden door ons psychologisch verleden, de eerste vijf jaar van het leven. Dus voor het zoeken naar de oorzaak van de depressie wordt vooral/ook gekeken naar het verleden.
Er zijn nog andere stromingen binnen de psychologie. De cognitieve aanpak bijvoorbeeld. De centrale vraag is hier “hoe gaan mensen met informatie om?”. Het gaat om de aaneenschakeling van mentale processen. Een depressie volgens deze stroming is dus een keten van reacties die uiteindelijk leidt tot de sombere stemming met bijbehorend gedrag.
Vervolgens zijn er ook behavioristen. Deze stroming spitst zich helemaal toe op de manier waarop mensen handelen en proberen elke vorm van gedrag te analyseren in termen van ‘prikkel’ en ‘respons’. Wie heeft er nooit van Pavlov of Skinner gehoord? Het terugtrekgedrag (respons) zoals we dat zien bij een depressie is dan aangeleerd gedrag, de ‘coping-style’ die deze persoon heeft ontwikkeld als reactie op een frustrerende/ stressendere gebeurtenis (prikkel).
De biologische invalshoek tenslotte doet onderzoek naar de hersensubstanties en de processen die er plaatsvinden onder invloed van bepaalde scheikundige stoffen. De overdracht van zenuwprikkels in de hersenen tussen neuronen gebeurt via neurotransmitters. Er bestaan minstens 60 verschillende soorten neurotransmitters en er worden regelmatig nieuwe ontdekt. In het kader van depressie is serotonine een bekende. Deze speelt een rol in de gemoedstoestand, bij eetlust, pijn en slaap.
Samengevat:Freud maakt ons bewust van het verleden, de kognitief psychologen benadrukken de rol van het mentale proces, de behavioristen wijzen op de rol van aangeleerd gedrag terwijl de biologische stroming met haar onderzoeken aantoont dat er ook nog iets meetbaars gebeurt in het brein.
Wat testen we nou eigenlijk als we bio-energetisch testen? We testen in het bio-systeem en ons voertuig is de energie. Die energie wordt gestuurd door mentale processen, emoties en de fysieke toestand van een persoon. We laten hier gemakshalve even het spirituele niveau erbuiten.
Hoe zouden we volgens deze opvatting een depressie dan kunnen zien? Eigenlijk als een versmelting van vorenstaande opvattingen. Een depressie nogmaals, heeft een aangeleerde en een biologische kant. Aangeleerd wil zeggen dat we door ons karakter, ons verleden, de omstandigheden, op een bepaalde manier leren omgaan met gebeurtenissen die ons frustreren/stresseren. Als deze frustrerende situatie nou maar lang genoeg aanhoudt -de meningen hierover varieren van 2 weken tot 3 maanden- en intens genoeg is, dan gaat het biosysteem navenant functioneren. Het past zich aan aan het gedrag en de mentale processen en emoties die voortduren.
Laten we nou eens even bio-energetisch verder denken en de inhoud van de individuele depressie laten voor wat ze is. Als we dan honderd depressieve mensen op een rijtje zetten, dan moet er iets gemeenschappelijks te vinden zijn in het systeem dat de biologisch sombere stemming veroorzaakt. Inmiddels zijn we zover dat we denken te weten welke centra in het brein en lichaam verantwoordelijk zijn.
Het bijzondere is nu dat de mogelijkheid bestaat die centra in een homeopatische verdunning in een testbuisje te stoppen; de “key-area’s” van een depressie als een diagnostisch filter. Met behulp van dit diagnostisch filter is een natuurlijk anti-depressivum samengesteld. Dit middel beïnvloedt heel direct de kerngebieden waardoor de stemming met al die emoties snel verbetert.
Dit wil overigens niet zegggen dat hiermee de kous af is. Natuurlijk is het belangrijk ook de aangeleerde kant van de depressie te behandelen en te werken aan het veranderen van de ‘coping-style’. Het bijzondere hiervan is dat als èn het biologische aspect behandeld wordt èn het aangeleerde aspect, de recidive zeer klein zo niet nihil te noemen is. Immers, de cliënt leert daardoor preventief te handelen, wordt zekerder, meer weerbaar en steviger.
Terugkerend naar ons uitgangspunt: Freud zou verbaasd zijn. Misschien gefrusteerd! Zijn depressie, destijds zo moeizaam te diagnostiseren, te ontrafelen, heeft een ‘bio-energetisch jasje’ gekregen. Vrijwel direct weten we nu of de depressieve toestand slechts ‘de waan van de dag’ is en dus niet meetbaar als klinische depressie, of dat deze echt samen gaat met een biologische verstoring. Vervolgens is er een effectief middel voor deze biologische verstoring en een effectieve aanpak voor de aangeleerde kant.
Zinvol om te vermelden tot slot, is dat er naast de zo vaak optredende depressie nog twee belangrijke klinisch psychologische beelden bestaan: Angst en Dwang. Binnen de psychologie heten die de “Grote Drie”. Ze komen alleen of in combinatie voor en genereren heel wat emoties.
Met behulp van de diagnostische filters is het mogelijk zeer goed onderscheid te maken tussen deze klinische beelden. Zo kan het gebeuren dat een op het oog depressieve cliënt met het natuurlijk middel tegen angst behandeld moeten worden, omdat in zijn geval angst de oorzaak is van de depressie.
Bij gebruik ervan moet rekening gehouden worden met één belangrijke basisregel. De Grote Drie kennen een hierarchie: als bij één en dezelfde cliënt angst en depressie gemeten wordt, de behandeling van angst altijd vóór gaat. De angst moet dus éérst behandeld worden. Depressie op haar beurt gaat weer vóór de behandeling van dwang.
Naast de Grote Drie zijn er diagnostische filters voor anorexia, boulimia en slaapproblemen. Drie “afhankelijke variabelen”, die met diagnose volgens dit systeem bijna altijd samenhang blijken te vertonen met angst en depressie. Anorexia gaat dan altijd gepaard met angst, terwijl boulimia altijd samengaat met depressie.
Er is een diagnostische ampul ontwikkeld om de moeizaam te diagnostiseren ‘latent psychotische reactie’ te kunnen vaststellen. Veel mensen leven in deze tijd ontremd, maken dingen mee die ernstige verwarring veroorzaken of neigen te vluchten uit de realiteit. Er bestaan natuurlijke middelen die uitstekende resultaten leveren om cliënten met deze verschijnselen tot rust te brengen. Het kan uitstekend samengaan met alle eerder genoemde middelen. Een grote groep die er zeker baat bij heeft is de groep van XTC gebruikers en drugsgebruikers in het algemeen.
